Mijn oog viel vandaag op een ingezonden brief in een lokale krant. De inzender had gezien dat een dame bloemen meenam uit de supermarkt, zonder te betalen. Zij was rond de 45 jaar, modern gekleed en op hakken. Ze kwam waarschijnlijk net van de kapper vandaan en de briefschrijver vraagt zich af of er een dure auto klaarstond om haar en haar meegenomen bloemen in te vervoeren. Of deze dame, als ze lef heeft, wel even deze bloemen alsnog wilde komen afrekenen.
Tijdens het lezen van dit schrijven bekroop me het gevoel: “Je hád er ook wat van kunnen zeggen toen je het zag, in plaats van een verongelijkt schrijven naar de krant te sturen.”
Mjah. Nu was ik vanavond aan het rondneuzen bij de Bristol…
Ik kwam niet dezelfde dame tegen als de briefschrijver van deze plaatselijke krant. Wel een mevrouw van rond de 45, echter niet zo modern gekleed en ze was zéker niet net naar de kapper geweest. Ze viel me per ongeluk op, ze was kleiner dan ik ben, neusde rond bij de kleding en ook bij schoenmaat 39 (dat is raar als je kleiner bent dan ik). Ze omzeilde voor mijn neus, zonder dat zij mij had gezien, overduidelijk en doelbewust met haar hele hebben en houwen de detectiepoortjes van deze winkel, voor de roltrap naar buiten.
“Moet ik er wat van zeggen?” Maar wat dan? “Wat wil je in godsnaam jatten bij de Bristol?” Er zijn duurdere winkels. Als je wat wilt stelen, doe het dan goed! Er vloog dus van alles door mijn hoofd, terwijl deze mevrouw de enige roltrap die het Friesche Haagje rijk is naar beneden vervolgde, met het uitzicht op het personeel wat ondertussen de wél keurig betalende mensen stond af te rekenen.
Ik stond achter haar op de roltrap, was weer eens lekker besluiteloos bezig en besloot “whatever.” Ze zal het nodig gehad hebben, zo zag ze er ook uit.
Moraal van dit verhaal?
Slecht excuus natuurlijk “ze zag er uit alsof ze het wel kon gebruiken.” Geen idee wát ze mee nam, maar ze nam wat mee zonder af te rekenen. Dat kon niet anders. De roltrap werkte ook niet mee, ze ontweek de poortjes en werd bij mijn constatering daarvan linea recta en automagisch de winkel uitgevoerd, maar toch.
Ik ben een mietje en niet daadkrachtig als het er op aan komt. Was het een kaktrut geweest die op deze manier het alarm omzeild had, dan had ik waarschijnlijk óók een gefrustreerde ingezonden brief naar de krant gestuurd, met het verzoek of ze toch echt ff wilde dokken.
Ik ga nooit een held worden
Wat had jij gedaan denk je en heb je nog tips voor wat ik had kunnen doen?
Tja, moeilijk. En toch, ikzelf had mijn mond niet kunnen houden op zo’n moment, denk ik.
Zeker weet je zoiets pas als het je overkomt. Zo heb ik laatst vlakbij school iemand keihard over de kop zien slaan met de fiets. Ik stond verstijfd van schrik ipv er op af te gaan… Gelukkig reageerden andere mensen wel snel en goed en de ambulance was er in no time. En toch knaagt het dan een paar dagen, waarom geen reactie van mijn kant?
Annyway, ik weet zeker dat je op andere momenten wél reageert, het hangt van allerhande dingen af.
En ik heb stomtoevallig een goed voorbeeld.
Van zateragnacht op zondagmorgen zijn HWO en ik nl. getuige geweest van verdachte dingen bij ons in de straat. We hebben een en ander gedocumenteerd ( kan er niet teveel over zeggen, dat begrijp je) en ik verwacht vandaag weer de recherche voor het ondertekenen van mijn verklaring.
Mijn tip aan jou zou zijn, meld het geval toch bij de desbetreffende winkelier met zo’n duidelijk mogelijke omschrijving van de dader(s), misschien kunnen ze er toch wat mee. want je weet maar nooit of zoiemand nog meerdere winkels heeft ‘bezocht’ en elke beschrijving van een ooggetuige zullen ze blij mee zijn!
Moeilijk hoor, zoiets. Dat lijkt me een moment waarop je plotseling een bepaalde verantwoordelijkheid in je schoot krijgt geworpen.
Ik weet niet hoe ik daar impulsief op gereageerd zou hebben, maar kan me uiteindelijk wel indenken dat wanneer je daarna weer naar boven was gegaan en het rustig had uitgelegd aan het kassapersoneel, je een bepaalde ontlading van dat verantwoordelijkheids gevoel zou krijgen. Je bovenstaande post zou er dan ook anders uit hebben gezien
Ik zou te overdonderd zijn om iets te zeggen – denk ik – en als ik de tegenwoordigheid van geest had om iets te roepen zou ik waarschijnlijk te schijterig zijn. Bovendien, als je het niet gezien hebt, weet je het niet zeker. Misschien zou ik aan de kassa iets zijn gaan zeggen.
Ik ben trouwens überhaupt geen held en zal dat ook nooit worden.
Groet!
Lucy.